Rente vastleggen op productiviteit; einde vrije geldmarkt


#1

https://www.facebook.com/notes/leo-van-velzen/nut-van-de-financiele-instellingen/10205690829404205

Titel : nut van de financiële sector

Inleiding
Begin jaren 70 ben ik afgestudeerd aan het instituut van Prof Tinbergen als econoom; heb veldonderzoek gedaan naar migratie in Turkije; ben een jaar of tien werkzaam geweest bij SOMO (groep van kritische economen) vervolgens ongeveer 20 jaar als consultant voor Ondernemingsraden en vakbonden bij zo’ n 300 in Nederland gevestigde grote bedrijven.
Ik heb me overigens enigszins van de economie afgewend en ben een creatieve carrière begonnen als kunstschilder. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik zou toch iets zinnigs moeten kunnen zeggen over de grote economische problemen en dus over de financiële sector.
Wellicht heb ik deze aanloop nodig om me moed in te spreken, want deze materie is toch geen gesneden koek meer. Omdat dat voor vele lezers ook zo zal zijn, vat ik de moed op om een poging te doen. Naast het lezen van het boek van Joris Luyendijk ben ik verder gemotiveerd door twee interessante boeken die ik onlangs heb doorgeworsteld nl "De economie van goed en kwaad, De zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesj tot Wall Street” van Tomas Sedlacek en “Kapitaal in de 21 ste eeuw” van Thomas Piketty.

Door mijn hoofd speelt als kernvraag: “wat is het economisch nut van de sector”. Algemeen wordt gesteld dat het belang van de sector is groot. De toegevoegde waarde, in de vorm van de vele lonen, salarissen en de gevormde winsten, vormt een aanzienlijk deel van het nationaal inkomen. Het gaat om een groeiend deel van de totale toegevoegde waarde, hetgeen onderdeel is van de ‘diensteneconomie’ die Nederland is geworden. Dat is op zich een goede zaak want waarschijnlijk de meerderheid van onze werkgelegenheid wordt gevormd binnen de dienstensector. Maar wat is het nut van die diensten ? Mirjan de Rijke in de Groene nr 14 stelt : “De financiële sector, oftewel de banken, verzekeraars, pensioenfondsen en beleggers, was in 2013 goed voor 7,3 procent van het bbp. Daarmee is de financiële sector in Nederland groter dan in de meeste andere landen. Maar in werkgelegenheid is de sector beperkt: drie procent “
Als we echter kijken naar de productie en services die door de sector geleverd worden dan wordt in Groene nr 16 door schrijfster gesteld dat “van de bankenactiviteiten slechts 30 % gericht is op de fysieke economie, zoals het financieren van hypotheken en bedrijfsinvesteringen, zeventig procent is gericht op de financiële sector zelf” . In Groene nr 14 vervolgens : “Volgens Lex Hoogduin, voormalig directielid van De Nederlandsche Bank, heeft de financiële sector de economie eerder kwaad gedaan dan goed. De groei van de financiële sector heeft een rem gezet op de productieve sector en daarmee op de reële economie. Het was immers voor iedereen met geld aantrekkelijker om te speculeren met financiële producten dan om in de reële economie te investeren. De financiële sector trekt niet alleen geld maar ook arbeidskrachten weg uit productieve sectoren. Al met al genoeg aanleiding om de vraag te stellen naar het nut van de sector en de kwaliteit en inhoud van diensten die worden geleverd.

Functie van de financiële instellingen
Als ik de indeling volg van Luyendijk dan kunnen binnen de ‘Planet Finance’ drie of vier hoofdgroepen van activiteiten onderscheiden worden, nl :
De financiële sector zorgt ervoor dat onze pensioenen hun waarde behouden en vermogens beheerd worden.
Daarnaast komen de bancaire activiteiten , gericht op de consumenten. We kunnen via de banken ons inkomen innen en uitgeven en/of sparen. Ander bancaire activiteiten worden verricht voor de zakelijke sector. Bedrijven moeten ook kopen en verkopen en allerlei dagelijkse financiële transacties verrichten. Daarnaast hebben ze behoefte aan financiering voor investeringen, en worden ook hele bedrijven of delen daarvan verkocht via fusies en overnames (aandeelhouderswaarde). Tenslotte zijn er tal verzekeringsactiviteiten, waarbij van alles en nog wat verzekerd kan worden.
Deze 4 activiteiten lopen in elkaar over. Tot voor kort werden deze verschillende activiteiten uitgevoerd door verschillende bedrijven. De monopolisering van de sector heeft ertoe geleid dat al deze activiteiten nu door een en dezelfde onderneming worden verricht. Door deze monopolisering wordt de vrije markt principieel aangetast omdat er zeer grote informatie verschillen gaan ontstaan tussen de inner-circle binnen deze concerns en mensen die daarbuiten staan. Dat wordt opgelost door een cultuur van zwijgen en vertrouwelijkheid en door de zogenaamde Chinese muren tussen afdelingen binnen de banken. Wie daar in geloofd , mag het zeggen ! De schets die Luyendijk daarover geeft is overtuigend en geeft weinig houvast voor vertrouwen.

Vermogensbeheer
Terug naar een van de belangrijkste en meest discutabele activiteiten van de financiële instellingen , nl. het vermogensbeheer. Het gaat hier om vermogen dat in het verleden is gevormd en waarvan de consumptie is uitgesteld naar de toekomst. Rond deze activiteit zijn door de financiële instellingen vele ondoorzichtige producten aangeboden. Alle activiteiten zijn erop gericht om van geld meer geld te maken. Een activiteit die zich binnen de financiële instellingen afspeelt. Ze worden dus voor het grootste deel buiten de reëel economie uitgevoerd met vrijwel uitsluitend leenvermogen. Immers de schulden van de banken staan nauwelijks in verhouding met de ingelegde spaargelden. Er wordt nu moord en brand geschreeuwd dat die vermogensverhouding binnen banken (verhouding eigen vermogen en vreemd vermogen) hoger moet worden, maar het blijft gaan om enkele procentpunten. Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid van de vermogensverhoudingen zeer veel schever zijn geworden in de wereld. Als voorbeeld noemt Piketty dat de helft van de bevolking in de VS slechts schulden heeft, terwijl 73 % van het kapitaal in handen is van slechts 10 % van de bevolking. Overigens is het te gemakkelijk om daarmee dit onderwerp af te doen als alleen relevant voor de kleine groep zeer rijken, die natuurlijk direct belang hebben bij een zo profijtelijk mogelijk vermogensbeheer. Daarnaast hebben velen/allen een belang bij een redelijk pensioen in onze cultuur en het gevormde economische stelsel.
De vraag wordt dan wat is het geld, dat apart gezet wordt of dat wordt ingehouden van het bruto loon, in de toekomst waard is. Financiële instellingen gaan ermee aan de slag met behulp van zeer veel vreemd vermogen en komen tot de meest duistere aanbiedingen en ongelooflijke hoge rentepercentages. Veel producten zijn voor een leek absoluut niet te begrijpen De consument kijkt voornamelijk naar de rente die in het vooruitzicht wordt gesteld en eventuele belastingvoordelen. Het is vaak ongelooflijk hoezeer rentes kunnen verschillen. Momenteel is de spaarrente tot een absoluut minimum gedaald, maar kijk je naar de ontwikkelingen van de belangrijkste beursindexen dat blijkt dat een stijging van 10 % per maand bij afzonderlijke fondsen de afgelopen maanden gerealiseerd kan worden. Kom je in het private circuit dan zullen de percentage nog hoger zijn. Er is sprake van grote verschillen en van zeer grote schommelingen. De verhalen over de rente op de Griekse staatsschulden, zijn dagelijks nieuws en kunnen leiden tot een bankroet van de Griekse Staat.

Nu kom ik op een knooppunt in mijn denken en tot de centrale vraag naar de functie van geld en de functie van de financiële instellingen. Volgens het traditionele schoolboek van de economie is geld in principe een ruilmiddel dat betekent een afspiegeling van een reële stroom goederen en diensten die daartegenover staat. Als die hoeveelheid goederen en diensten constant zou zijn dan zou het voor de hoeveelheid geld ook gelden. Anders gezegd , in principe kun je met geld geen geld maken als je kijkt naar het totaal. De totale hoeveelheid geld behoort dus in directe relatie staan met de geproduceerde hoeveelheid goederen en diensten. Toename van de geldhoeveelheid zou dan in de orde van grootte moeten zijn van de productiviteitsstijging en de volumegroei van de productie.
Dit is anders dan doorgaans gezegd wordt, want feitelijk wordt door de financiële instellingen van geld meer geld gemaakt en is er geen directe relatie met productie . Er wordt altijd gekeken naar het geld op het niveau van een groep of individu. Maar als het individu of een groep van geld meer geld maakt dan gaat dat altijd ten koste van iemand anders bij een gelijkblijvende hoeveelheid goederen en diensten. En deze gedachte houdt mij het meest bezig. De toename van geld betekent een nieuwe verdelingen van macht; de voordelen van de ene gaan altijd ten koste van de ander. Omdat dit over de tijd en over de wereld economie wordt uitgesmeerd, blijft een directe confrontatie uit maar wordt de ongelijkheid in de wereld veel groter. Eigenlijk zitten we in een verderfelijk systeem gevangen. Het mechanisme waarlangs de kosten op de ander worden afgewenteld gaat dan via inflatie of waardering van de verschillende munten.
De conclusie van deze gedachten gang is dat de rente over het totaal niet hoger kan worden dan de productiviteit plus een % vergoeding die de bank verricht voor de dienstverlening. Dan ziet de economie er heel wat anders uit.
Het geloof in de onzichtbare hand van het marktmechanisme wordt hiermee aan de kant geschoven omdat het gebaseerd is op de leugen dat het streven naar eigen belang van individuen in het totale systeem zou leiden tot een evenwicht. Tomas Sedlacek grijpt daarbij terug op Bijbelse waarden, die in ere hersteld moeten worden. Daarin wordt afstand genomen van het berekenen van woekerrentes en een lans gebroken voor het vereffenen van schulden. Hij beschrijft onder anderen de functie van het zogeheten ‘Jubeljaar’ in Het Oude Testament. Eens in de zeven jaar werden alle schulden kwijtgescholden en werd het land teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars. Doel en gevolg hiervan was blijvende armoede te voorkomen. Overigens geeft Sedlacek nog vele voorbeelden hoe in de geschiedenis de staathuishouding ofwel de economie was georganiseerd en hoe ideologieën en religies daar richtlijnen voor gaven. Het ging altijd om normen en waarden, die in de cultuur werden verankerd, terwijl onze cultuur momenteel is opgescheept met een zogenaamde waardevrije inrichting van de economie, die geregeerd wordt door het vrije marktmechanisme. Er staat een premie op slimheid van techneuten die handelen zonder norm en ook daarover zijn de beschrijvingen van van Luyendijk overtuigend en choquerend.

Ik heb me in het voorgaande geconcentreerd op het vermogensbeheer van de financiële instellingen. Mij lijkt beleid gericht op het vastleggen van rentes en het uitsluiten van de vrije markt op dit terrein veel fundamenteler dan voorstellen om de belasting op vermogen te verhogen. Deze laatste mogelijkheid past natuurlijk beter in de politieke realiteit, maar zal ook altijd weer tot veel ontduiking leiden. De vele belastingparadijzen en juridische constructies zijn hier voorbeelden van. Fundamenteler is een discussie over de beperking en/of het afschaffen van de vrije markt van de ‘geldhandel’. Geldcreatie komt dan weer volledig in publieke handen met duidelijke en stringente criteria. In zekere zin is het ook een beetje terug naar de gouden standaard, waar geldcreatie sterk beperkt was. Het burgerinitiatief “Ons Geld”, dat dezer dagen de ronde doet sluit hier bij aan.

Zakelijke bancaire functie
Een tweede belangrijke veld waarbinnen financiële instellingen functioneren is hun bemoeienis met de financiering van de het bedrijfsleven. De zakelijke bancaire functie is van wezenlijk belang. Maar omdat deze functie momenteel zeer is verweven met de eerste, nl die van vermogensbeheer komt er een geweldige druk op het bedrijfsleven om hogere rendementen te halen en wordt de korte termijn financiële prikkel steeds hoger. Zolang de financiële prikkels die voortkomen uit het financiële systeem zelf, in de vorm van speculatieve beleggingen, de overhand hebben is er zelfs nauwelijks ruimte voor ‘normale’ kredietverlening aan het bedrijfsleven. Er wordt dan ook veel geklaagd over de geringe financiële ruimte voor het Midden en klein bedrijf .
Banken nemen verder een steeds meer centrale plaats in bij het bepalen van bedrijfsstrategieën, die meer en meer worden afgesteld op korte termijn financiële doelen.
Er zijn zeer belangrijke regionale verschillen en verschillen in overheidsbeleid. In Europa en Nederland, zoals wij de ontwikkelingen vanaf de tweede helft van de vorige eeuw zien, is langzamerhand een consensus model ontstaan. In zekere mate werkt dat ook door binnen de organisatie van bedrijven. In Nederland was een proces gaande waarbij verschillende partijen rond en binnen de ondernemingen rekening met elkaar hielden. Deze partijen zijn aandeelhouders, raden van commissarissen, raden van bestuur, management lagen, ondernemingsraden vakbonden met als ondersteunende en controlerende partijen o.a. accountants, advocaten, kamer van koophandel, en financiële instellingen . Natuurlijk zijn er nog veel meer relevante organisaties denk aan consumenten organisaties, mededingingsorganisatie, milieu etc. In dit geheel van vele bedrijfsinterne en externe instituten zijn de banken een steeds belangrijker plaats gaan innemen met de zeer eenzijdige invalshoek. Doorslaggevend bij de beoordelingen en het waarderen van al deze ontwikkelingen geldt voor de banken de ‘norm’ van de sharehouders value (de aandeelhouderswaarde van de onderneming). En hier zittende helemaal in het centrum van de “financial planet”. Het is, vanuit deze eenzijdige beoordelingshoek dat. bedrijfsstrategieën door de banken in richtingen worden gedwongen, die vaak desastreus zijn. Alle andere belangen, die vertegenwoordigd worden door de genoemde instituties worden ondergeschikt gemaakt aan het aandeelhoudersbelang, hetgeen door de banken vertegenwoordigd wordt. Hiervan zijn voorbeelden te over.
Ik verwijs o.a. naar artikel Groene nr 14 (Mirjan de Rijk) De acties vanuit de financiële sector gaan regelmatig ten koste van de ‘echte’ economie, want ten koste van bedrijven, stelt Hans Schenk, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en lid van het Sustainable Finance Lab. Hij berekende dat financiële instellingen en aandeelhouders in Europa in de jaren voorafgaand aan 2008 jaarlijks duizend miljard euro besteedden aan fusies en overnames van Europese bedrijven. Doordat de meeste van die fusies en overnames misluk- ten, ging minstens 65 procent van het geld in rook op. Ten koste van de betreffende bedrijven: ze hadden geen geld meer om te investeren, moesten personeel ontslaan en waardevolle onderdelen verkopen om de verliezen te dekken. Bij sommige betekende dat het einde van het bedrijf, zoals nu met V&D dreigt te gebeuren. Het private equity-fonds zet de kosten van de overname op de balans van het gekochte bedrijf, verkoopt de waardevolle onderdelen van het bedrijf (het vastgoed bijvoorbeeld) en de rest van het bedrijf gaat kopje onder. Deze opstelling van de financiële instellingen naar ondernemingen wordt gevoed door het mechanisme waar banken zelf binnen werken. Nl zij zijn erop gericht om van geld meer geld te maken, dus zijn feitelijk niet bezig met de reële economie van productie en dienstverlening. De banken functioneren binnen een eigen financiële wereld met schulden, leenkapitaal en rentes. Als de angel van de vrije rente eruit getrokken zou worden , zou dat grote consequenties voor het hele sysreem hebben en vervallen de belangrijkste functies, die banken nu naar zich toe hebben getrokken en die feitelijk voor de reële economie overbodig zijn.

Consumenten taak en verzekeringswezen
De nog niet besproken functie van de financiële instellingen zij de bancaire functie naar de consumenten en het verzekeringswezen. Die laatste functie is nog niet zo lang geleden geïntegreerd in het financiële systeem en als gevolg van de crises wordt deze functie nu hier en daar weer verzelfstandigd. Het lijkt een goede zaak als deze belangen weer worden ontvlochten want de financiële instellingen zijn inmiddels zo groot geworden dat ze ‘te groot zijn, om nog te mislukken’ en dat daarom uiteindelijk de overheden en belastingbetaling alle risico’s dragen.
De consumenten bancaire taak blijft over als een belangrijke dienstverlening De taak zal heel veel eenvoudiger en transparanter worden als alle speculatieve aspecten in de vorm van verschillende rentepercentage en grote schommelingen uitgesloten worden, als eerder betoogd.

De algemene conclusie.
Door de groei en de verwevenheid van de financiële instellingen is er een financiële economie ontstaan die zich los van de reële economie verder ontwikkeld. Dat moet gestopt worden. Rendement op investeringen, productiviteitsgroei, toename in volume van productie en dienstverlening dat zijn reële zaken. Uitsluitend geld maken met geld leidt slechts tot verschuiving en herverdeling van vermogens en macht. Rentes die hoger zijn dan de productiviteitsgroei en toename van productievolumes gaat ten koste van anderen en vergroting van de tegenstellingen.
De oplossing moet daarom gezocht worden om dit proces te stoppen .Rentes moeten aan banden gelegd worden. Dat zal betekenen dat de vele productie die zijn verzonnen om vermogens te doen groeien ten koste van anderen stoppen. De vermogensbeheerfunctie van banken wordt daarmee afgeschaft. De zakelijke bancaire functie van banken zal niet langer gericht zijn op de aandeelhouderswaarde van een onderneming , maar gewoon een effectief rendement op een investeringen. Het zal duidelijk zijn dat de functies van de banken daarmee fundamenteel anders zullen worden. Banken moeten weer kleine dienstverlenende organisaties worden.
Leo van Velzen 22 april 2015
.


#2

Beste Leo, ik neem een zinsnede uit je betoog en werp hier graag een ander licht op waardoor een en ander kan betwist worden. Als we kijken naar het totaal dan is de gequote zinsnede niet correct, er zijn verschillende manieren om dat aan te tonen. Uiteindelijk is het verbluffend eenvoudig, bij deflatie komt spontaan neutraal geld vrij in het economische circuit. Anders gezegd, omwille van de relativiteit kunnen we geld genereren uit de reeds bestaande geldhoeveelheid, tengevolge hiervan wordt het nut van ‘speculatie’ in vraag gesteld. Het is finaal geen ‘nutsvraag’, het is een psychologische kwestie. Immers, hoe is het mogelijk dat we ons zo laten verblinden door een ideologie die economische grondbeginselen buitenspel zet zonder dat we ons daar bewust van zijn. Dit is dogmatisme, geen economie.


#3

Jij een econoom, met contacten bij SOMO en NRC, … Ik weet niet of het realistisch is wat jij aanklaagt effectief te doen stoppen, o.a. door het verlaten van de goudstandaard in de jaren '70. Ik ben nu eenmaal geen econoom, en als het te theoretisch wordt, kan ik niet (goed) meer volgen. Maar ik geloof wel dat ik klare taal schrijf. Wat vind jij van mijn voorstellen - als je die nog niet hebt gelezen, ze staan op deze website - die als positief collateraal effect hebben dat QE niet meer kan en hoeft, en ben je eventueel bereid in dialoog te treden?


#4

Geef toe dat ik het slecht heb geformuleerd; maar met ‘in principe’ bedoel ik dat dat eigenlijk niet moet zou moeten kunnen, omdat een geldcreatie die uitstijgt boven productiviteit en volumegroei van productie leidt tot verschuiving; van middelen en vergroting van inkomenstegenstellingen. De voordelen van de geldcreatie voor de een gaan dan ten altijd (direct of op termijn) ten koste van de ander.En dat zou je uit moeten sluiten (‘in principe’)


#5

Dank voor reactie Leo, waar we zelf aan denken is dat die ‘verschuiving’ (als gevolg van vers geld) kan gebruikt worden om de koopkrachtpariteit naar een redelijk evenwicht te brengen, dit in tegenstelling tot de dubieuze stelling dat ‘geldtoevoer’ automatisch tot inflatie zou leiden. Slechts een rudimentaire schets wat betreft die koopkrachtpariteit. Beetje anders gezegd, we gebruiken geldcreatie in functie van het herstel, niet om inkomenskloven te vergroten.


#6

je verwart me vast met mijn naamgenoot, de fotograaf bij o.a. De NRC etc.
Tav QE zijn kritische vragen zeker op zijn plaats omdat het overgrote deel van dit geld zal blijven hangen in de ‘financieel wereld’ en niet zal doordringen naar de reële economie; dus zoals voorspelbaar zijn banken, beleggers tevreden. Deze geldschepping zal op termijn ten koste gaan (voor dat deel waarop geen productiviteitsstijging en volumegroei van de economie is gerealiseerd) van degenen zonder vermogen in de vorm van inflatie Natuurlijk hoopt men, of wordt het voorgesteld als, dat de geldcreatie wel zal leiden tot volumegroei van de groei en productiviteitsstijging. Maar dat is absoluut niet gegarandeerd, terwijl de de “financiële wereld” de eerste vruchten plukt.


#7

Dit vind ik het mooiste stuk. Alleen waarom de rente aanpakken als je ook de geldschepping aan kunt pakken? Dat is toch veel effectiever, directer?


#8

Volledig mee eens Johan, misschien dat we het beter ‘schuldschepping’ kunnen noemen, met geldschepping op zich niet zo een probleem.


#9

Eerlijk gezegd denk ik dat beide invalshoeken analytisch een goedebijdrage kunnen vormen maar politiek niet te verwezenlijken zijn. Zelf was ik meer gericht op vastleggen van rente omdat dat het mechanisme vormt waarmee staten onder druk gezet worden, bedrijven tot te hoge rendement worden gedreven en speculanten en woekeraars hun vermogen vergroten. Volgens mij sluit het ook aan bij oude religies en ideologieën, waarbij het maken van rendement op geld als verderfelijk werd beschouwd. Ik meen ook dat dat het uitgangspunt was van "islamitisch bankieren’ en dat ook de christelijke bijbel beschouwingen staan over woekerrentes e.d. Het aardige van het boek van Sedlacek is dat hij weer een ‘normstelsel’ in ons denken wil brengen over de inrichting van de staatshuishouding (dat is de economie).


#10

Met je eens, technisch gezien is er geen probleem en is makkelijk aantoonbaar. Vraag stelt zich waarom het politiek niet verwezenlijken is, nader onderzoek laat blijken dat dit vooral een psychologische kwestie is. Als benchmark of referentiekader, de besluitvormingstheorie van Herbert Simon.


#11

Het geloof van ‘deskundigen’ in de werking van de economie; dat wil zeggen het markmechanisme, de prijsvorming, de internationale feitelijk wereldwijde verspreiding van het systeem is zeer groot. Dat is niet zo maar te veranderen. Dat geloof is volledig onderdeel van ons denken geworden, dat verander je niet zomaar. Het zal ook grote onzekerheden oproepen en daar zit niemand op te wachten. Iedereen wil feitelijk dat geloof en het vertrouwen dat het goed is ( de basis van onze geldstelsel) in stand houden. Het is net als bij een piramidespel, De winners zullen nooit toegeven dat anderen ervoor zullen moeten boeten, vroeg of laat. En zolang je het tijdstip van de ineenstorting kan uitstellen door groei en macht blijf er een 'schijn’evenwicht… en daar zitten we al wat jaren in; naar tevredenheid van een behoorlijk deel van de westerse mensheid en zeker van de vermogensbezitters/machtsbepalers !!


#12

Beste Leo, verandering wekt inderdaad veel verzet, zeker als we heel het systeem zouden omgooien en net daarom dat politiek zo belangrijk wordt om het in goede banen te leiden. Het denken speelt inderdaad een rol, veel werken verwijzen hiernaar. Uit het werk van Eric Fromm, paradoxaal genoeg ‘angst voor vrijheid’ , weet niet of dit je herkenning mag geven.

Drie vluchtwegen

Erich Fromm ziet drie verschillende vluchtwegen die de mens gebruikt om zijn vrijheid en verantwoordelijkheid te ontlopen. In elk van de drie vluchtwegen doet de mens afstand van het recht op handhaving van een eigen mening, eigen belangen en eigen geluk.

Autoritarisme

Het eerste is autoritarisme of de neiging om de onafhankelijkheid van het eigen zelf op te geven en dat te doen samensmelten met iemand of iets buiten de eigen persoon teneinde zich de kracht te verschaffen die men zelf mist. De mens wordt de indruk gegeven dat hij alleen geluk zal kennen als hij zich onderwerpt aan deze krachten. In feite beschrijven we hier het conservatisme als een tegenpool van het liberalisme.

Destructivisme

Een tweede vluchtweg is het destructivisme of het gevoel van de eigen machteloosheid tegenover de wereld buiten zichzelf door deze te verwoesten. Deze drift zou voortvloeien uit de individuele en sociale omstandigheden die het leven onderdrukken.

Automatisch conformisme

Tenslotte is er de meest voorkomende vluchtweg, namenlijk het automatisch conformisme. Daarbij houdt het individu op zichzelf te zijn. Hij neemt volledig de persoonlijkheidsvorm aan die hem door zijn culturele omgeving wordt aangeboden en waardoor hij gaat gelijken op datgene wat anderen van hem verwachten.


#13

Interessante gedachten ! Wellicht hebben wij collectief onze ziel aan het consumentisme verkocht. En dat betekent continue groei en uitputting van natuurlijke bronnen (milieu). Ik zie niet onmiddellijk de weg terug; misschien als oververzadiging optreedt. Los daarvan keer ik weer terug naar rente, geldmarkt en geldhoeveelheid. Dat mechanisme regelt verdeling en deze wordt ten gevolgen van het systeem steeds ongelijker (Piketty) en dat levert gevaarlijke situatie op. Als er niet ’ eerlijker ’ wordt gedeeld, komen de gedupeerden het op termijn wel opeisen( MZ migranten)


#14

Je geeft hier zeer bondig de situatie zoals ze is, er resten niet zoveel vragen meer en we kunnen er wellicht nog duizend boeken over schrijven (die al eens geschreven zijn). Het is een dubbeltje op z’n kant, ofwel ineenstorting (WOIII is een potentie) of doorbreken (paradigmaverschuiving). Dat laatste is mogelijk maar dan hebben we ook een (vreedzame) kritische massa nodig en dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe we het ook draaien of keren maar we komen steeds uit op een monetaire reset die noodzakelijk is om überhaupt iets te kunnen bereiken, een reset is nog niet hetzelfde als een hervorming maar toch al een stap in de goede richting, ben ik van overtuigd. Wellicht is het overbodig om dit op dit forum nogmaals te herhalen, de vraag is hoe we dit kunnen aanpakken. Zoals Johan ergens terecht schreef, eerst puin ruimen en daarin actie ondernemen.


#15

Momenteel is er een tweede kamer commissie bezig met het beoordelen van het burgerinitiatief Ons Geld.
Het zal niet verrassend zijn als daar weinig tot niets uitkomt, maar het bijeffect is inmiddels bereikt. Er ligt geen taboe meer op geldschepping.
Dan blijft nog steeds de vraag hoe je verandering kunt bewerkstelligen. Mijn in ziens kan dit pas wanneer het leeuwendeel van de Nederlandse bevolking (dan wel de wereldbevolking) op de hoogte is van de situatie. Het probleem daar weer mee, is dat dit bewustzijn hamstergedrag kan veroorzaken of ervoor zorgen dat het systeem stopt met functioneren voordat er een nieuw systeem is geïmplementeerd.

Gelukkig zal dat laatste niet snel gebeuren op die manier, want de meeste mensen hebben simpelweg geen interesse in dit onderwerp. Zelfs mensenrechtenorganisaties hebben niet door dat geldschepping, indirect, voor de meeste mensenrechtenschendingen zorgen…

Desalniettemin ben ik er van overtuigd dat er een weg is die we kunnen behandelen waarmee we een evolutie kunnen bewerkstelligen. Ik denk alleen dat we die nog niet gevonden hebben. Hopelijk vinden we deze op tijd.

Ik realiseer me dat dit best een dooddoener is, dus wil ik eindigen met de mededeling dat hierover door blijven praten een van de belangrijkste zaken is die we kunnen doen.


#16

Beste Johan, volledig met je eens en we hebben een soortgelijke oefening al eens gedaan, dit was in 2006. Verder dan de notulen van de Nederlandse Tweede Kamer zijn we niet geraakt, misschien dat er nu meer gehoor aan gegeven wordt maar net omwille van de situatie is dat geen evidentie. We zitten hier blijkbaar op dezelfde golflengte, hebben dit ook al eens aangeven bij Amnesty International maar ook daar weinig respons. Aan verklaringen is geen gebrek, vraag rest enkel hoe je dat tot het collectieve bewustzijn laat doorstromen, we weten al dat de situatie nog veel ernstiger is dan wat oppervlakkig lijkt. Jammer genoeg is ook de kritische massa zeer versplinsterd, enkel het bundelen daarvan is al een hele opgave en wellicht de opzet van dit nobele initiatief. Nog acties in het verschiet?


#17

Momenteel zijn er alleen symposia en bijeenkomsten gepland, nog geen acties. Ik hoop dat we verder komen dan de notulen, maar realiseer me dat dit wellicht veel gevraagd is. Op z’n minst verwacht ik wel een standpunt van de Tweede Kamer. Als ze zouden zeggen dat ze er niets aan kunnen doen, dan zou dit al een hele stap zijn, maar ik ga er niet vanuit dat ze dit zullen doen.
De situatie is erger dan de meeste denken, dat ben ik met je eens. Vandaag doet de ING alsof het weer goed gaat met de economie, maar volgens mij krijgen we een triple dip. Alle oorzaken van de crisis zijn nog steeds aanwezig, zoals Joris Luyendijk ook meldt. Aanstaande woensdagavond heeft hij een Correspondent-avond. Hopelijk komt daar iets uit, er is een live stream van deze avond die hier te bekijken is. Ik weet niet of zijn boek echt iets zegt over de Nederlandse bevolking, maar bedenk dat er geen boek beter verkocht sinds Harry Potter.
Wees gerust, er is wel degelijk actiebereidheid, maar voor alsnog zal je het moeten doen met een symposium zoals deze.


#18

Dank, laatst Joris Luyendijck nog gezien hier in Antwerpen, over z’n bevindingen over de The City in London. Actiebereidheid is er zeker en veel symposia over, het is een kwestie van tijd om de ‘klik’ te maken en dat is vooral een psychologische kwestie. Wat we vaak merken in het debat dat er nogal wat platitudes quasi letterlijk een blokkade vormen om tot een doorbraak te komen. Heb je per toeval persoonlijk contact met Joris?


#19

Nee, ik heb persoonlijk geen contact met Joris Luyendijk.
Zover ik weet heeft niemand bij Ons Geld dat.

Mijn excuses voor de late reactie.


#20

Geen probleem, zie je reactie nu. Inmiddels nog wat verder gegaan in de analyse, misschien interessant om weten hoe het intellect soms vreemde ‘kronkels’ maakt wanneer het over monetaire hervormingen gaat.

Op deze pagina belichten we de psycho-technische fiche, een bijzonder proces waarin het denken centraal staat, net zoals het verstrekken van correcte en/of volledige informatie. Het is immers één zaak om een oplossing te vinden voor problemen, het is nog een ander om deze informatie te communiceren en integreren opdat ook onze attitude en gedrag zich aanpast. Elaboratie of bewerking is een begrip in de psychologie dat verwijst naar een diepe verwerking van informatie. Dit komt neer op het koppelen van nieuwe informatie aan reeds verworven kennis die is opgeslagen in het langetermijngeheugen. Door nieuwe informatie te elaboreren verlaagt men de kans op vergeten waardoor ook onze slaagkans op een vloeiend economisch herstel vergroot. Het zogeheten Elaboration Likelihood Model (ELM) leent zich perfect om hier meer inzicht in te verwerven.